Waarom eten uit de buurt voordelig is, en hoe je er aan komt

DSCN1823
foto Natascha van den Bosch

Brandnetels, bramen, snijbiet, duindoorn… Die kun je eten uit de buurt. Maar waarom zou je? De supermarkt is om de hoek en levert variatie genoeg.

Maar. De supermarkt is saai. De groente smaakt vlak en zit in plastic verpakking. Zodra er iets niet meer gegarandeerd 100% vers is, wordt het weggegooid. En waar het eten vandaan komt? ‘Europa’, ‘India’, ‘Israel’. Meer weet je er niet van. Vroeger Was Dat Anders.

Ik wil niet terug naar vroeger. Maar er valt wel wat van te leren. Vroeger was duidelijk wat je at; groenten en vlees kwamen uit de buurt. Je kon het zien groeien, en het vlees kwam tijdens de veemarkt levend de stad in – en het was duur; een groot deel van het inkomen ging op aan voedsel. Daardoor werd er niets weggegooid.

Dat geldt nu nog: als je weet hoeveel moeite de productie kost, welk varken voor je hamburger gestorven is, en wie er aan gewerkt heeft, gooi je niet zo snel wat weg. En omdat de afstand kort is, is er weinig energie nodig voor transport. Het eten is lekker supervers, en door de korte lijnen is er minder verpakking nodig. En als je de kweker kent, zijn vraag en aanbod makkelijker af te stemmen – alweer minder verspilling.  Als je je betrokken voelt bij je eten, de kweker, de plukker en de grond waar het groeit, proef je nog meer.

Boeren in de buurt houden je omgeving groen – daar kun je voor zorgen door hun producten te kopen, voor een eerlijke prijs. Veel kwekerijen hebben plaats voor beschermde arbeid – waardoor meer mensen een zinvolle dagbesteding hebben. Als je zelf gaat kweken of plukken, is eten uit de buurt goedkoop, èn je hebt wat bijzonders – het is niet te koop. En tuinieren in je eigen moes- of kruidentuin is ook nog eens gezond.

Kortom, redenen genoeg om lekker uit de buurt te eten. Maar hoe kòm je er aan?

Te beginnen: in de winkel. Er zijn speciaalzaken en zelfs supermarkten die in streekproducenten doen. Ten tweede: koop direct bij de kweker. Lekker vers, en je kunt meteen verpeentellen wat je lekker vindt voor een volgend seizoen. Met een groenten-abonnement zorg je dat er nog minder weggegooid wordt: het aanbod hangt af van de oogst. Daarnaast zijn er, in sommige plaatsen, openbare kruidentuinen, waar je gratis mag plukken. Zo niet, in je tuin, of zelfs op het balkon, kun je een aanzienlijk deel van je kruiden kweken, en ook fruit kan heel lekker en voordelig zijn. Wil je meer, huur een volkstuin of begin een buurtmoestuin. Tenslotte kun je uitgaan van wat de natuur biedt: wildplukken. Er is een schat aan heerlijke wilde planten, van wilde rucola tot hazelnoten. Controleer wel of plukken toegestaan is, en neem niet meer dan je nodig hebt – laat altijd wat staan voor de toekomst.

Al je eten uit de buurt – daar is de buurt vaak te dicht bevolkt voor. Zeker als je van vlees houdt, dat veel ruimte vraagt. Maar een deel van je eten kan prima uit de buurt komen: lekker, gezond en duurzaam. Een aanrader!

Voor het Duurzaam Dorp Festival in Oegstgeest werd ik gevraagd over lokaal voedsel te vertellen. Dit blog is daar een samenvatting van. Wil je me als spreker? Ik pas mijn verhaal aan aan het publiek en ga graag met toehoorders in gesprek. Je kunt nu contact opnemen.